Natuurlijk!

Soms doe je gekke dingen. Mijn moeder bracht mij vorige week een gênant verhaal in herinnering. Zo’n verhaal waarvan je denkt, daar schaam ik me met terugwerkende kracht wel een beetje voor. Alhoewel, de anekdote gaat eigenlijk over een nobele daad van mij als kleuter. Samen met mijn buurjongen besloot ik dat het afgelopen moest zijn met hondendrollen op straat. We pakten een plastic tas uit de gangkast van mijn ouderlijk huis in Culemborg en trokken erop uit. Twee uur later kwamen we thuis met een stinkende zak organisch materiaal. Mijn oma was op bezoek en sprak direct afkeurende woorden. Mijn moeder gaf ons daarentegen een compliment, maar ze adviseerde óók om het opruimen van poep voortaan te laten.

Dingen oprapen van straat is vies, leert ieder kind. Het druist in tegen de mores. Of het nu om organische poep gaat of om schoon plastic. Daar blijf je vanaf. Het is bah, smerig en voer voor de ratten. Tot je ontdekt dat afval óók voer is voor jezelf. Want plastic vergaat nooit. Via rivieren en oceanen komt het via vissen in onze voedselketen terecht. Uit onderzoek is gebleken dat zelfs in potjes honing plastic zit. Hele kleine stukjes, onzichtbaar voor het menselijk oog. En voor de duidelijkheid, dat plastic heeft de imker of de potjesfabriek daar niet zelf ingestopt. Best eng. Nanoplastics zijn zó klein dat die deeltjes je celwanden kunnen doordringen. Het plastic zweeft door ons lichaam en óók door onze hersenen. We weten niet exact wat daarvan de gevolgen zijn, maar gezond klinkt het niet.

Hondenpoep is natuurlijk iets anders. Dat vergaat gewoon. Toch is er een overeenkomst met ander zwerfafval. Een drol is namelijk van géén waarde voor ons. Het is een restproduct, waar niemand nog iets mee wil. Datzelfde geldt voor een mosselschelp die een meeuw laat vallen, nadat de inhoud is verorberd. En voor een leeggedronken blikje, een plastic tasje dat zijn functie heeft gehad of het omhulsel van een opgegeten mueslireep. Het verpakkingsmateriaal lijkt nutteloos nadat de waardevolle inhoud genuttigd is. En nutteloze dingen met je meezeulen of bewaren is niet erg zinvol. Zoals een meeuw een lege mosselschelp dumpt, doen mensen niet anders. Wij zijn net dieren.

Dit brengt mij op een complexe tegenstelling. Het lastige feit doet zich namelijk voor dat we sinds de vorige eeuw massaal dingen zijn gaan produceren die snel hun nut verliezen én schadelijk zijn, zoals plastic verpakkingen. Ons natuurlijke wegwerpgedrag schaadt sindsdien de natuur waarin wij leven en daarmee onszelf. En dat laatste is juist ontzettend tegennatuurlijk! Want alle levende wezens zijn primair gericht op overleven en voortzetting van de soort. Zo zou je het achteloos weggooien van rommel of het stoïcijns voorbijlopen aan zwerfafval heden ten dagen dus kunnen zien als tégennatuurlijk gedrag. Maar ja, de genetische evolutie loopt helaas een beetje achter op het industriële tijdperk. Dus hebben mensen kennis en opvoeding nodig om hun natuurlijk gedrag te updaten en het juiste te doen voor onszelf en het nageslacht. Niet langer wegwerpen die nutteloze boel, maar juist hergebruiken en de natuur kuisen. Maar zeg nou eerlijk, uitgerekend door onze opvoeding komt er een innerlijk conflict om de hoek kijken, gedragen door een zeer sterke emotie: schaamte! Die emotie is voor veel mensen, ook voor welwillende geesten, een grote barrière om natuurlijk gedrag te vertonen en zwerfafval op te rapen. Want het is bah, vies en smerig. Voer voor de ratten. Afblijven!

Geen milieuprobleem is echter zó makkelijk te stoppen als het aanzwellen van de plastic soep. De oplossing ligt letterlijk binnen handbereik. Gewoon even door de knieën zakken. Als één op de vier mensen dagelijks één stukje zwerfafval opraapt, is Nederland schoon en voegen we niets meer toe aan de plastic vuilnisbelt die in de oceanen drijft. Het is treurig en hoopvol tegelijk dat emoties en een paradoxale opvoeding ons weerhouden. Dat kan overwonnen worden. Het eerste stukje raap je gewoon stiekem als niemand kijkt. Spoedig volgt dan het moment dat een toevallige voorbijganger je ‘betrapt’ en aanspreekt. Zo ging dat bij mij. En het licht brak door. In plaats van afkeurende woorden – als kleuter – ontvang ik als volwassene uitsluitend complimenten. Passanten voelen zich vaak aangespoord om óók natuurlijk gedrag te gaan vertonen. Een groeiend aantal rapers is zodoende de schaamte voorbij en wil onderdeel zijn van de oplossing. Dat is mooi én noodzakelijk, want klagen over zwerfafval en ervan wegkijken loont echt absoluut niet. Rapen geeft daarentegen voldoening. Ik moet wél bekennen dat ik nooit meer hondendrollen opruim. Die verteren.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *